DOKKUM - Het Openbaar Ministerie (OM) eist in hoger beroep een gevangenisstraf van twaalf jaar en tbs met dwangverpleging voor een man uit Ferwert. Hij zou in april 2020 zijn ex-vriendin geprobeerd hebben om het leven te brengen en vervolgens haar huis in Dokkum in brand hebben gestoken. Haar dochtertje lag op dat moment boven te slapen.


De verdachte en het slachtoffer hadden een paar jaar een relatie totdat het in het voorjaar van 2020 vreselijk mis gaat. Het stel is dan al een aantal maanden uit elkaar maar heeft nog geregeld contact. In de nacht van 26 april op 27 april zou de verdachte bij het slachtoffer het huis in Dokkum binnen zijn gekomen door een ruit te breken. Hij zou het slachtoffer dat in bed ligt, zwaar hebben mishandeld. Vervolgens zou hij een bank in de woonkamer hebben aangestoken. Het driejarige dochtertje van het slachtoffer ligt in het huis te slapen.

Het slachtoffer raakt zwaargewond bij de aanslag. De advocaat-generaal (AG) in hoger beroep stond vandaag stil bij het zware leed dat haar is aangedaan. “Het slachtoffer had bijna haar kostbaarste bezit, haar leven verloren. Als de brand niet op tijd was ontdekt was er bovendien een behoorlijk risico dat ook haar dochtertje door de rook was gestikt. De buren beschikten gelukkig over een brandalarm, waardoor de brand is ontdekt. Het slachtoffer is er lichamelijk, tot ieders verbazing, behoorlijk goed van afgekomen. Ze heeft vele maanden in het ziekenhuis en in een revalidatie-inzetteling moeten verblijven, haar herstel heeft lang geduurd.”

Wegmaken van sporen

De verdachte wordt in de dagen na de brand aangehouden door de politie. Het OM verwijt hem dat hij bewijzen van zijn vermoedelijke daad heeft proberen weg te werken. Hij heeft zijn kleding en schoenen uitgetrokken en de auto schoongemaakt. De AG denkt mede daarom dan ook dat hij zijn daad vooraf heeft gepland.

Tijdens de behandeling van de zaak heeft de verdachte altijd ontkend. Iets wat de AG hem zwaar aanrekent. “Wat hij zelf heeft gedaan of gezegd wordt telkens gebagatelliseerd of er wordt een andere draai aan gegeven. Spijtgevoelens ontbreken en verdachte toont daarmee geen inzicht in het laakbare van het handelen. Verdachte legt de schuld bij een ander. Er is een gebrek aan empathie.”